15593
12.10.2020

Zonnepanelen kopen in 2020 of wachten tot 2021? Expert ziet het verschil oplopen tot 2.700 euro

Loont het de moeite om dit jaar nog zonnepanelen te plaatsen of wacht je beter tot 2021? De discussie woedt volop nu de Vlaamse overheid beide opties een financieel duwtje geeft. Wie pas volgend jaar voor zonnepanelen kiest, krijgt een eenmalige installatiepremie tot 1.500 euro. Wie dat nu nog doet, kan nog vijftien jaar gebruikmaken van de terugdraaiende teller. De beste keuze? Wij zochten het voor u uit in tien vragen.

1. Wat verandert er precies vanaf 1 januari 2021?

Vanaf volgend jaar mogen nieuw geïnstalleerde zonnepanelen alleen nog uitgerust worden met een digitale teller. Die teller (met elektronische display) zou binnen vijftien jaar in élke Vlaamse woning aanwezig moeten zijn, en wordt nu eerst geïntroduceerd bij (ver)bouwers, klanten met een budgetmeter en eigenaars van zonnepanelen. Omdat de digitale teller in realtime verbonden is met de netwerkbeheerder en energieleverancier en die meteen het elektriciteitsverbruik doorgeeft, lijkt dit enkele voordelen te hebben. Het ouderwetse noteren en doorgeven van de meterstanden hoeft niet meer. En de energieleverancier kan de maandelijkse voorschotbedragen beter inschatten, zodat je als klant geen onverwacht hoge afrekening meer riskeert. Het grootste nadeel van zo’n digitale meter? Hij vervangt de klassieke elektromagnetische Ferraris-meter bij eigenaars van zonnepanelen, beter bekend als de ‘terugdraaiende teller’.

Voor een gemiddeld gezin dat jaarlijks 4.000 kWh verbruikt met zonnepanelen op het dak, is het dankzij de terugdraaiende teller perfect doenbaar om aan het eind van het jaar 0 kWh op de teller én 0 euro op de factuur te hebben

2. Wat is het voordeel van zo’n terugdraaiende teller?

Zoals de omschrijving doet vermoeden, draait deze teller op gepaste momenten terug. Stel dat je als eigenaar van zonnepanelen tijdens de recente hittegolf op vakantie was, dan injecteert je installatie die schat aan overtollige stroom die je zelf niet verbruikt rechtstreeks in het algemene elektriciteitsnet, waardoor je zelf energieleverancier wordt. Omgekeerd kan natuurlijk ook: ben je op grijze dagen – of gewoon ’s nachts – thuis, dan volstaat de aanvoer van je eigen panelen niet en moet je dus elektriciteit van het net plukken. Om die reden komt de terugdraaiende teller bij zonnepanelen handig van pas. Haal je als eigenaar stroom van het gewone net, dan stijgt de meterstand, maar injecteer je zelf overtollige elektriciteit op het net, dan zal die weer dalen. Zo is het voor een gemiddeld gezin dat jaarlijks 4.000 kWh verbruikt met zonnepanelen op het dak, dankzij de terugdraaiende teller perfect doenbaar om aan het eind van het jaar 0 kWh op de teller én 0 euro op de factuur te hebben.

3. Zijn er dan, behalve de plaatsing van de installatie, echt geen kosten voor eigenaars van zonnepanelen?

Toch wel. Sinds 2015 moeten eigenaars die zowel elektriciteit produceren als consumeren een zogenaamd ‘prosumententarief’ betalen. De heffing werd destijds ingevoerd door de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG), die het oneerlijk vond dat elektriciteitsverbruikers zonder zonnepanelen wél voor het gebruik van het netwerk moeten betalen en eigenaars van zonnepanelen niet. Het ‘prosumententarief’ moest die ongelijkheid enigszins wegwerken. De hoogte van het tarief wordt onder meer bepaald door het AC-vermogen van de omvormer in de zonnepanelen, maar voor de gemiddelde installatie komt dit neer op 300 euro per jaar.

4. Hoe verandert de nieuwe digitale teller dit alles?

Ook de nieuwe digitale teller zal nog altijd perfect meten hoeveel stroom eigenaars van zonnepanelen in het elektriciteitsnet injecteren en zelf aftappen. Alleen zal een perfecte ‘nuloperatie’, zoals met de terugdraaiende teller, niet meer mogelijk zijn. Voor de extra energie die ze zelf in het net pompen, krijgen ze nog een compensatie van zo’n 3 eurocent per kWh. Maar voor de afgetapte elektriciteit betalen ze voortaan de gangbare nettarieven à rato van 20 eurocent per kWh (afhankelijk van je elektriciteitscontract en –leverancier, red). Eigenaars van zonnepanelen zullen dus beduidend meer moeten betalen voor de stroom die ze van het net halen.

5. Bestaat er een vluchtweg om aan die digitale teller én hogere kosten te ontsnappen?

Ja, voorlopig wel. Hoewel dat nog aangevochten wordt (zie laatste vraag, red.) keurde de Vlaamse overheid middels een decreet goed dat iedereen die nog vóór 2021 zonnepanelen installeert meteen ook vijftien jaar het recht op het principe van de terugdraaiende teller behoudt, zelfs als het in de praktijk al om een digitaal exemplaar zou gaan. Dan zal ook die virtueel terugtellen zoals de klassieke Ferraris-meter dat zou doen.
Ook voor wie al langer panelen heeft, is het decreet van kracht: wie al in 2015 zonnepanelen liet installeren, zal dus nog tot 2030 van de terugtellende teller gebruik kunnen maken. Weliswaar op voorwaarde dat de installatie intussen niet uitgebreid werd.

6. En wat dan na die vijftien jaar?

Hoewel zonnepanelen volgens de fabrikanten minstens 25 jaar meegaan, moet u na die periode van vijftien jaar sowieso meestappen in het nettariefsysteem. Ook wie direct voor dat nieuwe systeem kiest, zit er voorgoed aan vast en kan nadien niet meer omschakelen naar het principe van ‘15 jaar terugdraaiende teller’.

7. Biedt een zonnepaneleninstallatie in 2021 dan geen enkel financieel voordeel?

Toch wel, en zelfs een dubbel. Vooreerst valt het ‘prosumententarief’ volledig weg voor wie vanaf 1 januari 2021 panelen installeert. Daarnaast krijg je van de Vlaamse overheid een eenmalige premie als hulp bij de installatiekosten, afhankelijk van het vermogen van de zonnepanelen. Voor de eerste 4 kWp krijg je telkens 300 euro, wat neerkomt op 1.200 euro premie voor de gemiddelde installatie van 4kWp. Bij een installatie van 5 kWp en 6 kWp komt daar telkens 150 euro bij, zodat de premie in 2021 hoogstens 1.500 euro zal bedragen. Wel geldt de premie alleen voor woningen die al van voor 1 januari 2014 op het elektriciteitsnet zijn ingesloten (dus niet voor nieuwbouw en recente woningen) en zal het premiebedrag vanaf 2022 jaar na jaar verlagen.

8. Voor wie kunnen zonnepanelen met digitale, niet-terugdraaiende teller wél interessant zijn?

Voor mensen die overdag veel thuis zijn en dan ook veel elektriciteit verbruiken. Gemiddeld dient slechts 25 à 30% van de via zonnepanelen opgewekte stroom voor eigen gebruik, terwijl de resterende 75 à 70% in het net wordt geïnjecteerd. Komt daarbij dat de panelen vooral tussen 11 en 15 uur het meeste energie produceren, met een piek om 13 uur. Het is dus ideaal om op die tijdstippen zoveel mogelijk huishoudtoestellen te laten draaien. Wasmachine, droogkast, vaatwasser aan, om 13 uur nog even het nieuws op tv meepikken, noem maar op... Zo zou het zelfverbruik met 10% kunnen worden opgedreven naar 35 à 40%, waardoor de nieuwe digitale regeling financieel wel interessanter kan worden. Al hebben uit huis werkende tweeverdieners daar helaas weinig aan, tenzij ze een warmtepomp of thuisbatterij (zoals van Tesla) zouden installeren die al die overdag geproduceerde energie kan opslaan. Op die manier kan het zelfverbruik oplopen tot 65% en zelfs 80%, zeker als je ook nog een elektrische wagen op de oprit hebt staan. Helaas zijn zulke thuisbatterijen — ondanks een premie van de Vlaamse overheid — nog altijd peperduur, vaak duurder dan je zonnepaneleninstallatie zelf.

Uit huis werkende tweeverdieners hebben er helaas weinig aan, tenzij ze een warmtepomp of thuisbatterij (zoals van Tesla) zouden installeren die al die overdag geproduceerde energie kan opslaan

9. Schuilt er nog een addertje onder het gras?

Ja, en geen onbelangrijke. De VREG is op zijn zachtst gezegd niet blij met de oplossing van de Vlaamse overheid om de teller nog vijftien jaar te laten terugdraaien en stapte onlangs naar het Grondwettelijk Hof om de beslissing aan te vechten. Wanneer die uitspraak valt, is nog niet geweten. Maar de kans bestaat dus nog dat het principe vernietigd wordt en de rush om nog dit jaar panelen geplaatst te krijgen zinloos blijkt.

10. En wat doe ik nu?

Snel de knoop doorhakken. Het orderboekje bij de installateurs van zonnepanelen is voor de komende maanden al aardig gevuld. Wie nog te lang talmt, riskeert niet langer dit jaar bediend te worden. Tenzij je zelf een handige Harry bent, want van de Vlaamse overheid is het wettelijk toegelaten om zelf je zonnepanelen te plaatsen. Al is professionele plaatsing meestal aan te raden, zeker omdat aan dakwerken veiligheidsrisico’s verbonden zijn.

ZONNEPANELEN KOPEN IN 2020 OF IN 2021: HET VERSCHIL IN EURO

Volgens de nationale Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) verbruikt een doorsnee gezin in dit land zo’n 3.500 kWh elektriciteit per jaar. Maar dat lijkt ons toch zonder gamende en bingewatchende gezinsleden gerekend, dus vertrekken we liever van een jaarlijks energieverbruik van 4.000 kWh. Om dat op te vangen, laat het gezin veertien zonnepanelen plaatsen met een totaalvermogen van 4 kWp, die min of meer die benodigde 4.000 kWh leveren.

Wie in 2020 nog plaatst, wint 4.900 euro over vijftien jaar

• Je kan nog vijftien jaar profiteren van de terugdraaiende teller (* mits het decreet later niet wordt vernietigd door het Grondwettelijk Hof, zie hierboven).
• Je betaalt dit jaar 5.500 euro voor een installatie van veertien zonnepanelen (plaatsing incluis):
• Je betaalt vervolgens 0 euro stroom bij een jaarlijks elektriciteitsverbruik van 4.000 kWh (bij gezinnen zonder zonnepanelen is dat ongeveer 1.000 euro) omdat de overtollige stroom geïnjecteerd werd in het normale netwerk, wat voor een perfect terugdraaiende teller zorgt.
• Je betaalt jaarlijks 300 euro prosumententarief.
• Je spaart jaarlijks 700 euro (1.000 euro – 300 euro) elektriciteitskosten uit, waardoor de installatie na acht jaar al terugverdiend is.
• Je spaart ook nadien nog gedurende zeven jaar jaarlijks 700 euro uit, omdat je de teller nog zeven jaar mag laten terugdraaien. Dat brengt de eindwinst na vijftien jaar op 4.900 euro.

Wie wacht tot 2021, wint 2.200 euro over vijftien jaar

• Je krijgt een eenmalige investeringspremie van de Vlaamse overheid van 1.200 euro voor een installatie van 4kWp (niet bij woningen van na 1 januari 2014).
• Je betaalt 4.300 euro voor veertien zonnepanelen, inclusief plaatsing (5.500 euro – premie).
• Je betaalt geen prosumententarief meer, maar krijgt een digitale in plaats van een terugdraaiende teller, en betaalt de gangbare nettarieven voor je verbruikte stroom.
• Je verbruikt voor 360 euro eigen opgewekte elektriciteit (1.400 kWh bij gemiddeld gezin), en krijgt 80 euro voor de overtollige elektriciteit (2.600 kWh) die je aan het netwerk afstaat (ongeveer 0,03 euro per kWh)
• Je betaalt nog altijd 560 euro (in plaats van 1.000 euro bij gezinnen zonder zonnepanelen) voor de elektriciteit die je ’s avonds of ’s nachts van het netwerk plukt, omdat de teller niet langer terugdraait. Je jaarlijkse uitgespaarde bedrag bedraagt dus maar 440 euro, waardoor de investering in zonnepanelen pas na tien jaar is terugverdiend.
• Je spaart na die tien jaar slechts 440 euro per jaar uit, wat uitkomt op 2.200 euro over een even lange periode van vijftien jaar. Of minder dan de helft van het bedrag bij optie één.

(Bron: HLN - 30-08-2020 - Stefan Vanderstraeten)

People photo created by senivpetro - www.freepik.com